Ben Bouter: De dromer van toen droomt nog even door

 (Interview Dick Suer met Ben Bouter 30 januari 2014 voor weekblad Hallo)

´Ik was een dromer toen´, laat Ben Bouter de hoofdpersoon van zijn eerste in Spanje geschreven boek ´Pianist zonder brein´ zeggen en dat zegt hij weer wanneer wij elkaar ontmoeten tijdens een onderbreking van zijn dagelijkse schrijftijd, die moet leiden tot zijn zesde boek. ´Misschien ben ik die dromer altijd wel gebleven. Tenminste, als je dromen verklaart zoals de Dikke van Dalen dat doet: ´een eigenaardige werkzaamheid van de geest waardoor er levendige, niet altijd bestaande voorstellingen mogelijk worden.´ Zeker ook als je je fantasie laat werken zonder dat je merkt wat er op dat moment om je heen gebeurt.

Dat schijnt mij nogal eens te overkomen. Een actieve en productieve dromer. Zo kun je me hier in Spanje dus wel noemen. Volgens mijn moeder was dat dromerige al zo in mijn baby- en kleuterjaren. Ik schijn in die periode dagen achtereen urenlang muisstil voor het raam zittend in de kinderstoel alleen maar naar buiten te hebben gekeken. Waarschijnlijk vol verbazing. Toen was het al aanwezig, bedacht ik me later, als mensen mij vroegen: ´Waar komt die liefde voor het schrijven van je eigen verhalen vandaan?´ Want in mijn directe familie zat het niet, behalve dan misschien dat mijn vader een prachtige verteller was. ´De vanzelfsprekendheid om na te denken over wat ik zie en de liefde voor het schrijven zijn gebleven.´

Fluitend door het leven

´Natuurlijk schreef ik al wel in mijn werkzame leven als manager van een uitgeverij. En later over onderwerpen die pasten in een succesvol gezondheidsblad, waarvoor ik jarenlang als hoofdredacteur verantwoordelijk was. Er verscheen zefs een marketingtechnisch gezien zeer succesvol ´feel good book´ met de veelzeggende titel ´Fluitend door het leven´, dat in onze Spanjetijd weer, geheel aan de tijd aangepast, opnieuw met groot succes werd uitgegeven. Het grote geschenk ontdekte ik echter pas toen ik verlost werd van de dagelijkse routinewerkzaamheden. Het feest van het schrijven over onderwerpen die ik helemaal alleen kan kiezen. Dat te kunnen en te mogen doen. Beginnen met een gebeurtenis die mijzelf of anderen overkwam en deze meestal nog zeer dunne gedachte uit te werken tot een verhaal dat onder mijn handen (al dromende?) ontstaat. Waarin lotgevallen en karakters voorkomen die ik zelf bedenk. Natuurlijk is het helemaal waar zoals Renate Dorrestein het eens beschreef: ¨Schrijvers zoeken naar oplossingen van problemen die zijzelf hebben gecreëerd en naar het geven van antwoorden op ingewikkelde vragen die zij zelf hebben gesteld.´ Hoewel ik vaak lijfelijk kan meevoelen met door mijzelf bedachte personen, vind ik de worsteling om het op papier te krijgen fantastisch.´

Het is tijd voor de tweede koffie, de eerste werd ons door de vrouw des huizes, Marise, in Bens werk- studeer- bibliotheek- en droomkamer gepresenteerd, waarna Marise op haar tenen voor enige tijd het fraaie pand verliet. Er is een duidelijk herkenbare afspraak dat wanneer Ben schrijft en dus op reis is in de hoofden van anderen, de deur van zijn kamer een paar uur op slot gaat en hij degene is die hem zal openen en dan terugkeert in de prachtruimten waar zij samen nu al weer zeven jaar met veel plezier en grote dankbaarheid wonen. Het huis is architectonisch zowel van binnen als van buiten zeer fraai en heeft een geweldig mooi uitzicht over de wijnvallei met aan de horizon de kerktoren van Jalon plus het bijna fluisterende gebeier van de kerkklokjes van Lliber. Het gesprek wordt in de ´woonzaal´ voort gezet. Daar is het warmer, verklaart Ben. En dichter bij de keuken en een grote volle boekenkast, zie ik, waaruit hij allerlei boeken van door hem bewonderde schrijvers haalt die hij op een stapeltje voor mij uitstalt. Elk boek wordt voorzien van toelichtend commentaar terwijl hij gelijktijdig bedrijvig en soepel rondcirkelend ervoor zorgt dat wij koffie krijgen en gelijk ook nog het gesprek over meerdere onderwerpen door hem wordt aangejaagd. De koekjes die Marise voor ons had uitgestald blijven, ongetwijfeld door zijn enthousiasme over de door hem gekozen schrijvers, jammergenoeg alleen achter in zijn werkkamer. Uitgecirkeld zit hij weer tegenover me en neemt hij de draad weer op.

´Elke lezer leest zijn eigen boek in dat van mij. Ik schrijf zonder te weten waar het zal eindigen en ook qua tijd zet in mezelf niet onder druk of laat ik mezelf niet meer onder druk zetten. Ik heb geen schema aan de muur met hoofdstukindelingen gekoppeld aan data of wat dan ook. Ik schrijf helemaal voor mijzelf en heb geen specifieke lezer op mijn netvlies, al vind ik het natuurlijk wel fijn als blijkt dat lezers mijn boek mooi, interessant, ontroerend of spannend vinden. Maar echt uitgaan van een groep lezers die ik wil behagen, doe ik niet. De kern, het idee moet voor mij interessant zijn en die wil ik zo mooi en helder mogelijk uitwerken. Elke lezer schrijft al lezend zijn eigen boek. Identicificeert zich met personen of gedachten, herkent ze, wordt geraakt of aan het denken gezet. Dan is het goed. Als het jammer is dat het boek uit is. Mooi!

Dat vind ik de grote kracht van boeken en schrijvers die ik net voor je uitkoos toen je me vroeg: ¨Wat zijn voor jou de besten?´ Neem nou ´Hersenschimmen´ van Bernlef. Zo zou ik willen schrijven, met zo weinig woorden zoveel kunnen zeggen, zoveel kunnen laten voelen, zoveel duidelijk maken, onder de huid en in de ziel van een ander kunnen kruipen.´

Hij is even stil nu, roert in zijn inmiddels koude koffie en schuift heen en weer op zijn stoel voordat hij zegt: ´Laat ik een voorbeeld geven. In ´Pianist zonder brein´, de eerste roman die ik schreef hier in Spanje, komt een scène voor waarin de jonge hoofdpersoon, een geweldig pianotalent, moet worden geopereerd tegen steeds sneller opeenvolgende epilepsieaanvallen. Er is maar één optie en dat is een hersenoperatie met het grote risico dat hij daardoor zijn muzikaliteit verliest. De operatie is in de rechtertemporaalkwab. Daar zit ook de muzikaliteit. De operatie wordt bijgewoond door een jonge vrouwelijke anesthesist. Mag je snijden in de kern van iemands bestaan? Die vraag boeide mij. Hoever mag je gaan? Er speelt van alles op dat moment: een mix van menselijke- en beroepsverantwoordelijkheden, liefde voor muziek, de gevoelens van ouders en die van de oudere mannelijke mentorchirurg en die van de jonge anesthesist aan het begin van haar carrière. Ik wilde het vanuit verschillende invalshoeken beschrijven. Als je me vraagt over welke pagina´s ik het meest tevreden ben dan is dat deze scène. Zulke pagina´s zitten er meer in dat boek en trouwens ook in mijn andere boeken´, zegt Ben nu lachend als een kwajongen met een commercieel getinte knipoog.

´Een schrijver heeft tijd nodig en moet veel lezen´

Als ik hem vraag wat je nodig hebt om schrijver te worden, zegt Ben: Tijd. Om te denken. En een schrijver moet veel lezen, vind ik. Nee, een eigen ruimte of speciale plek of allerlei bijgelovigheden heb ik niet nodig om te kunnen schrijven. Ik word niet geïnspireerd door de prachtomgeving hier of door de stoel waarop of de tafel waaraan ik zit. Ik heb wel rust en stilte om me heen nodig, vooral als ik in het ritme van mijn verhaal zit en daar hebben Marise en ik goede afspraken over gemaakt. En nogmaals: schrijven kan overal, maar om allerlei redenen ben ik wel heel blij dat ik hier met Marise mag zijn.´

Voordat hij het stapeltje terugschuift, waarbij hij elk boek even liefkozend over de rug aait, vraag ik hem of ik enkele van deze favorieten, naast het eerder genoemd ´Hersenschimmen´, voor mij en voor Hallo-lezers mag noteren. Dat mag. Ik noteer en hij vertelt enthousiast met zijn hele lijf. ´Boven is het stil´ van Gerbrand Bakker. De prachtig beschreven eenzaamheid waarin je kan verdrinken en de herkenbare knagende hunkering van wat je nog niet kent. En ´Gloed´ van Sandor Marai. Dat boek herlas ik wel drie keer, heel langzaam, want elk woord en elke komma heeft in dit boek haar plek. Een geweldig verhaal over vriendschap en situaties die deze vriendschap in de weg kunnen staan. Prachtig en met een tijdloze schoonheid. Hij schreef het boek immers in 1942. Tot slot noem ik ´Het kleine meisje van Meneer Linh´, geschreven door Philippe Claudel. Werkelijk schitterend geschreven. Het raakt de kern van het bestaan, de basisbehoefte van contact met andere mensen.´

Ben lijkt alleen maar favorieten in zijn boekenkast te hebben staan, maar de tijd is om en het papier bijna vol. Ik wil van hem nog horen hoe lang hij nog denkt te schrijven. ´Ik blijf schrijven. Boek zes, samen geschreven met Iris, mijn dochter, ligt bij de uitgever, en ik ben bezig met mijn zevende boek, een roman. De dromer van toen droomt dus nog even door en komt misschien nog eens met een bundel gedichten, waarin dit zondagskind probeert te beschrijven hoe gelukkig hij is. De volgende regels vielen mij in toen ik 19 jaar oud was en in een vijver een blaadje zag vallen:

Bogen zwommen het water stil

Heel even trilde de stam

zonder zijn spiegel brak

Er viel een blaadje

 

Ben wuift mij vrolijk uit. Tot aan het eind van de vallei, denk ik. Zijn boeken worden dit jaar in het Engels vertaald.

(Het artikel is enigszins ingekort. Het oorspronkelijke interview besloeg twee pagina´s op kranten formaat.) 

 

 

 

 

Boeken uit een ´vorig´ leven

In mijn periode als hoofdredacteur van het gezondheidsmagazine BETER, schreef ik nog een aantal boeken, waaronder een boekje over RSI, Rugklachten etc., Nooit meer Moe, 101 vragen over uw weerstand. Als ik die zou meerekenen bij het aantal lezers van mijn boeken, zou ik met gemak de 200.000 passeren.